zaterdag, 19. mei 2012
ABONNEREN

COLUMN: Colonel on tour E-mailadres

Candy men

Motorrijders zijn softer dan hun reputatie wil doen geloven. Dat heeft voor- en nadelen. De Cheffe nodigde de Colonel uit voor koffie met gebak…

Toen ik nog een kleine jongen was, werden motorrijders juist van de „arme hond“ (= kunnen zich zeker geen fatsoenlijke auto permitteren) tot „woeste hond“ (= rijden met lang haar in hun leren pak met veel lawaai en zinloos door de omgeving).

Voor mij waren bikers destijds heroes. Losbandig, onafhankelijk, onopgevoed. Cool, sterk, snel. Dus alles wat ik als kind niet was. Als we in de kakbeige VW Variant van stiefvader in de lange kolonne van het gezinsuitje huiswaarts kropen, drukte ik steeds mijn neus plat tegen het tochtraampje achter aan de zijkant, wanneer dof gedreun het naderen van tweewielers aankondigde.

De coole jongens suisden met samengeknepen ogen en in een dichte groep rijdend langs, terwijl ze vliegen, rijwind en tegenliggers trotseerden, haalden levensgevaarlijk in en groetten elkaar door het optillen van de laars (!), niet bijvoorbeeld van de hand. Toppunt van gelukzaligheid was voor mij als zo’n iron horse rider achter ons moest invoegen omdat een vrachtwagen het doorscheuren onmogelijk maakte, ongeduldig spiedde naar de volgende gelegenheid tot orgasgeven en dan met een nonchalante „V“ van de koppelingshand mijn onophoudelijk wenken beloonde.

Destijds, een paar jaar na „Easy Rider“, hadden motorrijders dus veeleer het stempel van brutale outlaws. Dat imago bleef lang bestaan. Zal nooit de verachtelijke blik vergeten waarmee de portier van een hotel in de bergen van Oost-Tirol mijn natte, vuile outfit monsterde, toen ik in de jaren tachtig van de vorige eeuw na een barbaarse rit in de regen onderdak zocht en hij zoiets als „volgeboekt“ bromde, hoewel op de parkeerplaats alleen zijn auto stond.

Dan de grote boom in de jaren negentig van de vorige eeuw. Plotseling was motorrijden weer in. Iedereen die het zich kon permitteren, reed (ook) tweewieler. De economie ontdekte deze doelgroep opnieuw, speciaal het toerisme. Nauwelijks een logement dat tegenwoordig niet met een „Biker friendly“-bord gasten lokt.

Tegenwoordig zijn motorrijders meestal grijzende, goed verdienende, jong geblevenen die zich op deze wijze een zweem van establishmentvlucht in de garage zetten. En de meiden? Die tonen zich heel wat minder onder de indruk van de bad boys in leer, rijden in plaats daarvan steeds vaker zelf.

Attributen als vrijheid, wildheid en snelheid gelden echter nog altijd. Erbij gekomen is het „nieuwe“ beeld van de totaal-beschermde, van ABS-remsysteem voorziene, vriendelijke toerrijder, die wel goed in de slappe was zal zitten als hij zich een motor wil en kan permitteren. En zo ontdekte ik onlangs voor dat Alpenhotel, waar ik 20 jaar geleden in de regen voor stond, de speciaal aan motorrijders gerichte uitnodiging voor koffie met gebak. Handgeschreven, krijt op leistenen bord, met een hartje boven iedere „i“-punt: „Biker-Jause special: Häferlkaffee & Kuchen“.




 
 
De 4 losse nummers 2010/2011 als combi – voor maar € 20,00.

ALPENTOURER NIEUWS abonneren? Emailadres intypen!